Leerpad: in 90 dagen slagen voor een B2-examen
Je voorbereiden op een examen is iets anders dan gewoon leren: er is een examenprogramma, een deadline en een beoordelingsmodel. Zo gebruik je pimReader als je een bepaald resultaat op een bepaalde datum nodig hebt.
Een taal leren en je op een examen voorbereiden zijn twee verschillende bezigheden, en dat mensen die "best aardig spreken" toch zakken, komt doordat ze die twee door elkaar halen.
Een examen heeft een programma, een vorm en een beoordelingsmodel. Het toetst bepaalde dingen op een bepaalde manier, onder tijdsdruk. Wie in het algemeen zwakker is maar de examenvorm heeft ingeslepen, scoort meestal hoger dan wie sterker is en dat niet heeft gedaan.
Daarom is dit pad met opzet smaller dan een gewoon leerpad. Negentig dagen, één doel: slagen.
Dag 0: wees eerlijk over waar je staat
Voordat je iets plant, moet je weten waar je werkelijk staat. Maak een volledige oefentoets onder echte omstandigheden — op tijd, zonder woordenboek, zonder pauzeren.
Het wordt geen pretje, en het is het waardevolste wat je dit kwartaal doet. Je moet weten of je probleem bij je woordenschat zit, bij het tempo van het luisteren, bij de opbouw van je schrijven of bij examenzenuwen, want voor elk daarvan ziet het plan er totaal anders uit.
Noteer je score per onderdeel. Dat is je nulmeting, en die vertelt je waar die negentig dagen naartoe moeten.
Dag 1: laat het plan bouwen

Ga nu naar Vraag AI en wees concreet. Vage verzoeken leveren vage plannen op.
"Ik doe over 90 dagen een B2-examen. Oefentoets: lezen 70%, luisteren 55%, schrijven 60%, spreken niet getoetst. Ik heb doordeweeks een uur per dag en in het weekend twee. Bouw een cursus voor me die zich richt op luisteren en schrijven."
De Mentor stelt verduidelijkende vragen en komt met een cursus — lessen verdeeld over de tijd die je hebt. Bekijk hem voordat je hem goedkeurt. Let op:
- Ligt het zwaartepunt bij je zwakke onderdelen? Vijftien leeslessen terwijl lezen je beste onderdeel is, betekent dat het plan niet klopt.
- Is de hoeveelheid haalbaar op je slechtste dag, niet op je beste?
- Houdt het de laatste twee weken vrij voor oefentoetsen?
Blijf bijsturen tot het past, en keur het dan goed. Dat gesprek is twintig minuten waard.
Week 1–8: werk de lessen door
Elke les kan zijn eigen materiaal opleveren:
- Lesboek maken — de stof om te lezen
- Oefenboek maken — het bijbehorende oefenwerk
- Quiz starten — een controle of het echt is blijven hangen
- Flashcards openen — de woorden of constructies, klaar om te herhalen
Lessen hebben een status — Niet begonnen, Bezig, Voltooid — en het cursusoverzicht laat het hele plan in één oogopslag zien. Met een deadline telt dat zwaarder dan bij vrijblijvend leren: je ziet binnen twee seconden of je op schema loopt of stilletjes achterop raakt.
Woordenschat. De examenwoordenschat is een afgebakende verzameling — de onderwerpenlijsten voor jouw niveau. Zet ze in de eerste twee weken in je herhalingswachtrij en laat FSRS ze over de volle negentig dagen uitsmeren. Elke knop toont zijn interval, dus beoordeel eerlijk: een kaart waar je nu bij bluft, is een woord dat je op de dag zelf niet paraat hebt.
Schrijven. Het onderdeel waarop je het meest kunt winnen, en dat de meesten laten liggen omdat het ongemakkelijk is. Schrijf de gevraagde tekstsoorten — de e-mail, het betoog, het verslag — en leg ze de Mentor voor met de vraag om feedback tegen het beoordelingsmodel. Vraag waarop een corrector punten zou aftrekken. Schrijf het dan opnieuw.
Doe dit één keer per week en dit onderdeel gaat harder vooruit dan welk ander ook.
Luisteren. Zwak luisteren is bijna altijd een tempoprobleem, geen begripsprobleem. Gebruik audiomateriaal met tekst erbij, op volle snelheid, en herhaal. Vertragen voelt nuttig maar traint het verkeerde.
Week 9–11: het spreekonderdeel
De meeste zelfstudeerders lopen het mondeling binnen zonder ooit onder druk gesproken te hebben. Dat zie je meteen.
Sessies Spreekoefening zijn de oplossing. Doe ze drie keer per week. Vraag om rollenspellen die de examenvorm volgen — beschrijf een afbeelding, verdedig een standpunt, bespreek een onderwerp met een gesprekspartner.
Gebruik daarna uitspraakfeedback voor de zinnen waar je over blijft struikelen. Je krijgt wat je moest zeggen, wat er werkelijk gehoord is, je zin verbeterd, hoe het hoort te klinken, en een score van 0 tot 100. Kijk hoe dat getal in drie weken opschuift.
Wat je hier precies traint, is samenhangend spreken terwijl je zenuwachtig bent. Dat kún je trainen, en alleen door het te doen.
Week 12–13: vorm, geen inhoud
Stop met nieuwe stof leren. Dat voelt verkeerd en het klopt toch — woorden die je twee weken voor het examen leert, zitten op de dag zelf nog niet vast, en die tijd besteed je beter aan de uitvoering.
- Volledige oefentoetsen, op tijd, wekelijks. Op de klok geen uitzonderingen.
- Neem je fouten goed door. Bepaal bij elke fout: wist ik het niet, wist ik het wel maar las ik verkeerd, of kwam ik tijd tekort. Drie verschillende problemen, drie verschillende oplossingen.
- Blijf herhalen. Tien minuten FSRS per dag houdt alles warm en kost je vrijwel niets.
- Slijp de opdrachten in. Ken je het beoordelingsmodel, dan verspil je op de examendag geen drie minuten aan uitzoeken wat er gevraagd wordt.
De laatste week hoort licht te zijn. Stampen op de dag ervoor gaat aantoonbaar ten koste van je prestatie.
Wat je kunt verwachten
Van een wankele 60% naar een comfortabele voldoende in negentig dagen is realistisch bij een uur per dag. Van 40% naar een voldoende meestal niet — is dat je nulmeting, kijk dan naar de volgende examenronde en bouw een plan van zes maanden. Beter dat je dat in week één weet dan in week elf.
De gewoonte die in dit hele plan het meeste oplevert: elke week een schrijfopdracht op tijd, met feedback. Het is het onderdeel dat de meeste kandidaten laten liggen, en juist daar gaat je score van gerichte oefening het snelst omhoog.
Maak eerst die oefentoets. Bouw het plan daarna rond wat eruit komt.